Folgjemy

Als een spin

Ik houd niet van spinnen. Dat was in Nederland al zo, maar hier in Cochabamba hebben we zelfs een giftige variant. Als ik die zie, grijp ik direct naar de spuitbus met vergif. Het is de zwarte weduwe, heel herkenbaar aan de knalrode zandlopervorm op zijn zwarte rug.

Ik houd dus niet van spinnen. Toch moet ik aan een spin denken bij mijn nieuwe taak als personeelscoördinator. Het woord coördinator geeft aan wat ik vooral doe: coördineren. Ik werk hier op een zendingsveld met werkers uit allerlei verschillende landen. Als er mensen geïnteresseerd zijn  in het zendingswerk hier, ben ik het die hen dit hele proces begeleid.  Dat begint bij de oriëntatie op het werk hier tot en met een eventuele aankomst als nieuwe zendingswerker hier in Bolivia.

Om dit goed te kunnen doen moet ik weten wat voor mensen we hier nodig hebben, wat voor activiteiten er gedaan worden in de verschillende delen van Bolivia en wat voor voorwaarden er zijn voor nieuwe werkers die willen komen. Denk hierbij aan het leren van de Spaanse taal en de geschiktheid voor bepaald werk. Bij dit hele proces werk ik met verschillende mensen samen. Allereerst de contactpersoon uit het land waar de nieuwe werker vandaan komt.  Maar ook met het teamlid en de teamleider hier waarmee de eventuele nieuwe werker gaat samenwerken.   En natuurlijk heb ik ook uitgebreid contact met de nieuwe werker zelf. Zo zit ik als een spin middenin het web van al deze contactlijntjes.

Ondanks de gevolgen van corona, komen er nog steeds aanmeldingen binnen.  Het is zo mooi om te zien hoe God mensen roept in Zijn dienst! Ik voel me gezegend dat ik een  schakeltje mag zijn in dit hele proces!

Afgelopen vrijdag had ik een gesprek met alle betrokken partijen rondom eventuele nieuwe werkers voor een project hier in Bolivia. Het is daarbij belangrijk om  zo eerlijk mogelijk te zijn. Zendingswerk is prachtig werk, maar het is niet alleen maar rozengeur en maneschijn om hier te werken! Zo kan de plek waar deze nieuwe werkers naar toe hopen te gaan vanwege de grote hoogte gezondheidsproblemen met zich mee brengen. De bevolking is gereserveerd, er zijn de nodige cultuurverschillen en het leren van de taal vergt tijd en energie. Veel dingen gaan anders dan je gewend bent: je kunt niet zomaar eten kopen op straat, groenten en fruit moeten ontsmet worden en het water uit de kraan is niet zomaar drinkbaar. Veel zendingswerkers krijgen te maken met onbekende ziektes, bijvoorbeeld door parasieten.  

Het zou af kunnen schrikken, als je dit allemaal hoort. Maar het werken in Gods Koninkrijk maakt zo rijk! Wat je ervoor terugkrijgt is zoveel: vriendschappen met lokale mensen, mogelijkheden om te getuigen van de hoop die in ons is. We kunnen in ons werk daadwerkelijk helpen in het lenigen van grote nood. Boven alles mogen we onze medemensen wijzen op Jezus en hen daardoor nieuwe hoop geven. Als je dat beseft, neem je die ‘kleine ongemakken’ voor lief. Het gaat immers om Gods eer en de zaligheid van de mensen hier in Bolivia. Daarvoor wil ik – met Gods hulp! – graag mijn werk doen; als een spin…